| E | L | P | H | I | R | O    programmeren •  linux •  gitaar •  foto's •  email
Search with Google™:
    les 1 •  les 2 •  les 3 •  tips •  gprof en nolez
 

Beginnen met het lezen van noten.

Iedere gitarist wordt ooit voor de keuze gesteld; wel of niet leren noten lezen. Er zijn heel veel argumenten voor en tegen te bedenken maar in mijn opinie geldt baat het niet dan schaadt het niet. Hoe meer je weet hoe meer mogelijkheden je hebt dus leren noten lezen kan zeker een bijdrage zijn om een betere gitarist worden, al is het niet zaligmakend. Uiteindelijk maakt de wijze waarop je de noten speelt de muziek, iets wat je niet van bladmuziek kunt lezen maar moet voelen.



NOTENLEZEN

Deze lessen zullen de basis van het notenlezen behandelen te weten:
-   

de notenbalk
-    de noten
-   van noten naar tonen op de gitaar
-    kruizen, mollen en ander ongedierte
-   de tijdsduur van noten
-   de tijdsduur van rusten
-   nog wat leestekens

Na de lessen moet je in staat zijn om bladmuziek te kunnen ontcijferen in grijpbare accoorden en ritmes. Het belangrijkste hierbij is echter oefenen, oefenen en oefenen. Elke dag minimaal een kwartier. In het begin is dat saai, daar is geen ontkomen aan maar na verloop van tijd zul je moeiteloos door muziekstukken heenwerken en begin je pas te zweten bij stukken met 5 kruizen met een naar C# teruggestemde E-snaar.

In de lessen staat soms NB (Nota Bene) waarin wat extra uitleg wordt gegeven die over het algemeen iets meer kennis vereist. Als je deze opmerkingen dus niet snapt is er nog niks aan de hand!

Aan de slag..

De notenbalk

De notenbalk bestaat uit een vijftal horizontale lijnen gescheiden door verticale lijnen. De ruimte tussen de verticale scheidingen is één maat. De ruimte tussen en op de horizontale lijnen worden gebruikt om de noten te plaatsen. De tijdsduur van de maat wordt bepaald door de maatsoort en de toonsoort wordt bepaald aan het begin van het stuk alhoewel het mogelijk is dat deze tijdens het stuk veranderen. De componist is immers de baas.

figuur 1 
Figuur 1: De notenbalk

De noten
De muziek die wij het beste kennen is opgebouwd uit 12 verschillende noten te weten:
C, C# of Db , D, D# of Eb, E, F, F# of Gb , G, G# of Ab, A, A# of Bb, B

De eerste twaalf noten van C tot en met B op de gitaar (zie 'de noten') zijn als volgt op de notenbalk genoteerd: 

figuur 4: notenbalk C t/m B
Figuur 2: De noten van C tot en met B

NB1. Betweters zullen nu zeggen dat de D na de Db eigenlijk ook een Db is omdat er geen herstellingsteken staat. Niet op letten... daar gaat het nu even niet om!
NB2. De gitaar klinkt in werkelijkheid een octaaf lager als dat de muziek genoteerd staat. Dit zul je merken als je ooit samenspeelt met een ander instrument en je beiden dezelfde toon speelt.

Andere culturen kennen nog tussenliggende noten en alhoewel het de moeite is om daar ook eens naar te luisteren gaan wij daar verder niet op in. Zoals je ziet is de noot C# (spreek uit 'cies') hetzelfde als de Db (spreek uit 'Des'). Ze zijn weliswaar anders genoteerd maar klinken hetzelfde.

NB. Het teken # (kruis) betekent dat de noot een halve toon is verhoogd. Het teken b (mol) betekent dat de noot een halve toon is verlaagd.

Tussen de twaalf noten zit iedere keer een halve toon. Dus van C naar E is dus een afstand van 4 halve tonen en de afstand tussen F# en Db is 6 halve tonen (merk op dat de noten zich herhalen; na de B volgt dus weer de C waarna de hele cyclus zich herhaald).

figuur 1
Figuur 3: Afstand tussen C en E

Laat het nu het geval zijn dat de noten per fret op de gitaarhals ook een halve toon verschillen (zo niet dan heb je een zeer bijzondere gitaar). Op de gitaar geldt dus dat de afstand tussen de C en de E 4 halve tonen en dus 4 halve frets is en neem van mij aan; bij een normaal gestemde gitaar (E, A, D, G, B, E) is de achtste positie op de onderste en bovenste snaar een C en op de twaalfde (=8+4) positie hoor je een E. 

Nu nog even achterhalen waar de noten op de notenbalk en de gitaarhals zitten en we kunnen notenlezen!

NB. Als je vanaf de noot C twaalf halve tonen omhoog gaat kom je weer op een C. Deze toon heeft dezelfde klank maar wel hoger. Dit noem je een octaaf.

oefening 1:
Verzin twee verschillende noten en bereken de afstand tussen de noten (leuk voor in de trein of op een saaie verjaardag... zolang je het maar binnenmonds doet).

Van noten naar tonen op de gitaar

De gitaar wordt normaliter gestemd als E, A, D, G, B, E waarbij de eerste E de laagste toon (dus de dikste omwikkelde snaar) en laatste E de hoogste toon (de dunste nylon snaar) is. Deze noten worden als volgt op de notenbalk weergegeven (normaal uiteraard zonder de blauwe letters):

figuur 3
Figuur 4: De open snaren van de gitaar

Nu kun je wel wat melodietjes verzinnen met de bovenstaande noten (en dus de open snaren op de gitaar) maar het wordt al snel vervelend vrees ik. Dus wil je weten hoe je ook de tussenliggende tonen op de gitaar kunt spelen lees dan verder.

oefening 2: 
Leer de posities van de noten van de open snaren en de bijbehorende namen uit je hoofd en oefen ze door een snaar aan te slaan en de bijbehorende noot te benoemen en eventueel de juiste positie op de notenbalk te noteren.

Laten we ons nu even beperken tot de toonladder van C-majeur want die heeft geen kruizen en mollen en dat is voor een eerste kennismaking wel zo handig.

Figuur 5: toonladder van Cmaj
Figuur 5: De noten van de C-majeur ladder

Met de kennis die we nu hebben kunnen eigenlijk al vrij snel bepalen waar we de noten van de C-majeur ladder kunnen vinden. Om maar eens met de C te beginnen. We zien dat de eerste noot C tussen snaar A en D ligt.

Figuur 6: ACD
Figuur 6 : De noot C

De afstand van A naar C bedraagt 3 halve noten (A - A#/Bb - B - C) en gaat naar rechts de toonladder op. De afstand van D naar C bedraagt 2 halve noten (D - C#/Db - C) en gaat links de toonladder af. Je weet van de vorige informatie dat een halve toon overeenkomt met de afstand tussen twee frets op de gitaarhals. Nu kun je op de A-snaar wel 3 posities naar rechts maar op de D-snaar 2 posities naar links wordt een beetje lastig dus de noot C zit op de derde positie op de A-snaar (oftwel na de tweede fret). Voila.. zo simpel kun je achterhalen waar welke noot zit.

Even de logica herhaald:

stap 1:   identificeer de noot
stap 2: ga na welke snaar zich het dichtste onder de gezocht noot bevindt
stap 3: ga na hoeveel halve tonen de noot zich van de nulde positie bevindt
stap 4: zet je vinger op de positie zoals bepaald in stap 3 en je hebt de noot te pakken

NB1. zodra een noot lager is dan de laagste E (dikke snaar) dan kun je die niet op de gitaar spelen tenzij je de gitaar een andere stemming geeft.
NB2. in principe kun je de noot op elke snaar waarvan de noot lager is dan de gezochte noot vinden mits je maar genoeg posities op de hals hebt (Een electrische gitaar heeft meestal 22 of 24 posities en een klassieke gitaar meestal 19)

Nog een voorbeeld met de toonladder van C; we willen de positie van de A weten:

Figuur 7: GA
Figuur 7: De noot A

stap 1:   de gezochte noot is een A
stap 2: de snaar die zich het dichtst onder de gezochte noot bevindt is de G
stap 3: van G naar A is twee halve tonen (G - G#/Ab - A)
stap 4: De A bevindt zich op de tweede positie op de G-snaar

oefening 3: 
Bepaal van elke noot van de C-majeur schaal van Figuur .. de positie op de gitaar.

Het identificeren van de noot - uitgebreid (voor stap 1):

Nu zijn er ook stukken met noten als:

Figuur 8: AECF
Figuur 8: Iets moeilijker nu

Met de eerste twee zul je waarschijnlijk niet zoveel moeite hebben maar wat voor noten komen daarna?

Om dit bepalen moet je weten welke sleutel voor de notenbalk wordt gebruikt; de F of de G-sleutel. Pianisten hebben het wel lastig want die bladmuziek bestaat uit twee balken (één voor de linker- en één voor de rechterhand) en gebruikt de bovenste balk de G-sleutel en de onderste balk de F-sleutel. Nu is het voor de gitaar gelukkig heel simpel, er wordt altijd de G-sleutel gebruikt Dat is die mooie krul die aan het begin van elke regel staat. Deze sleutel heet de G-sleutel omdat het teken (de krul dus) start op de lijn die staat voor de noot G (zie de dikke lijn in het onderstaande figuur).

Figuur 10: Gsleutel
Figuur 9: De G-sleutel

Met deze kennis kun je de overige noten bepalen omdat er enkel noten tussen de lijnen en op de lijnen staan en elke noot tussen de lijnen of op de lijn overeenkomt met één van de noten C, D, E, F, G, A, B of C. De eerste noot voorbij G is een A en ligt dus direct boven de G en daarmee tussen 2 horizontale lijnen. De volgende noot B ligt direct boven A en dus op een horizontale lijn. Dit kun je zowel naar boven als naar beneden doorzetten tot je de volgende noten vindt:

Figuur 11: EtotE
Figuur 10: Van E naar E met tussenliggende noten

In principe moet je dit uit je hoofd leren maar je kunt het beter gewoon rustig aan oefenen want op een gegeven moment herken je de noten vanzelf. Je kunt in het begin het beste volstaan door de noten vanaf de laagste E tot aan de laatste G uit het vorige figuur te gebruiken. Hiermee kun je noten leren lezen op waarbij je niet voorbij de derde positie op de hals hoeft te komen.

NB. Zodra je voorbij de vierde positie komt (en op de B snaar al de derde positie) wordt het notenlezen ingewikkelder. Je kunt dezelfde genoteerde noot op de gitaar namelijk op meerdere posities spelen. Dit gebruik je waarschijnlijk ook al bij het stemmen. De vijfde positie op de E-snaar moet hetzelfde klinken als de open A-snaar oftewel een open A snaar is dezelfde noot als de noot die je hoort als je de vijfde positie op de E-snaar pakt. Welke positie je voor de noot dan moet hebben wordt bepaald door de logica van de omliggende noten en staat soms aangegeven met Romeinse cijfers.

Handig bij de G-sleutel is de hulpmethode: 'FACE' en dat zit zo: De noten tussen de balken vormen van onder naar boven het woord 'face'. 

Figuur 9: FACE
Figuur 11: FACE

De noten op de lijnen worden vaak onthouden door zinnetje bijvoorbeeld; Een Grote Boer Door Friet (EGBDF) maar verzin toch vooral je eigen zin ;-)

Figuur 12: EGBDF
Figuur 12: EGBDF

Zodra de noten boven of onder de lijnen uitkomen en met hulpstrepen worden aangegeven zul je in het begin moeten tellen waar je uitkomt. In de loop van de tijd zul je de noten gewoon herkennen.

Kruizen, mollen en ander ongedierte:

Het notenlezen met de voorgaande kennis is nog lekker eenvoudig maar het wordt wel erg saai als je steeds muziekstukken speelt die enkel de noten van de C-majeur ladder bestaat. Gelukkig zijn er meer toonsoorten voor de componist beschikbaar en kun je de noten verhogen en verlagen. In principe is dit systeem voor de gitaar weer erg simpel. Een verlaagde noot ligt op de gitaar één positie onder de 'normale' noot, een verhoogde noot ligt één positie hoger op de hals. In de bladmuziek worden verhoogde en verlaagde noten aangegeven met kruizen # en mollen b. Om weer eens een parallel met een pianist te trekken... die heeft het nu weer erg makkelijk want alle zwarte toetsen zijn verlaagde (of verhoogde) noten. Let op: de mollen en kruizen gelden vanaf de eerste noot waar ze voor staan tot aan het eind van de maat.

Met deze kennis kunnen we nu vrij eenvoudig bepalen waar de volgende noten zich op de gitaarhals bevinden:

kruizen en mollen
Figuur 13: Mollen en kruizen

De eerste noot herken je als een F maar er staat een kruis voor dus wordt het een F# (spreek uit Fies). De F ligt op de D snaar op de derde positie dus de F# ligt op de vierde positie. Onthoud dat deze F# gedurende deze maat altijd verhoogd is (mits er een herstellingstelken staat - zie hoofdstuk 'nog wat leestekens') dus mocht je nogmaals een F op deze positie tegenkomen dan wordt dit weer een F#. Na de maat (dus na de verticale streep) speel je gewoon weer een F.

De tweede noot is een B maar dan verlaagd dus een Bb (spreek uit Bes). Dit is meteen een leuke want je weet dat de één aan onderste snaar op de gitaar de B snaar is maar hoe kun je nu een halve positie vanaf de nulde positie? Niet dus, je zult voor deze noot terug moeten rekenen naar de snaar daaronder; de G-snaar. De afstand van G naar Bb bedraagt (G - G#/Ab - A - A#/Bb) drie halve noten hetgeen overeenkomt met drie posities en dus is de derde positie op de G-snaar een B b.

Nog zo'n leuke noot. De derde in het figuur is een E maar verlaagd dus Eb (spreek uit Es). De gezochte E vind je als open snaar op je gitaar en een halve stap terug zal dus op de snaar daaronder moeten plaatsvinden; de B-snaar. De afstand van B naar Ebbedraagt (B - C - C#/Db - D - D#/Eb) vier halve tonen dus de Eb bevindt zich op de vierde positie van de B-snaar.

De laatste noot van het figuur is dan weer wat eenvoudiger. Het is een verhoogde G dus een G# (spreek uit Gies). De G zit op de derde positie van E snaar dus de G# zit op de vierde positie van deze snaar.

Als je nu weer even naar Figuur 1 kijkt zie je dat er direct na de G-sleutel vier kruizen staan en wel op de positie van de C, F, D, G. Dit betekent dat je gedurende het hele stuk deze noten moet verhogen. Je speelt dus de noten C#,D#,E,F#,G#,A,B. Tijdens het muziekstuk kan de toonladder eventueel weer gewijzigd worden maar dat gebeurt pas in de wat 'gevorderde' muziek.

oefening 4: 
Pak een stuk bladmuziek voor gitaar (in de normale stemming) en benoem de noten stuk voor stuk (ja, erg saai maar het werkt zo goed..!). Als de noten tussen de lage E en de hoogste G volgens Figuur 10 liggen dan kun je ook direct de noot vertalen naar een positie op de gitaar.

Als je oefening 4 doet zul je merken dat je de noten wel leuk klinken maar dat je geen idee hebt hoe lang die noten nu moeten klinken, Daarvoor is het volgende hoofdstuk.

De tijdsduur van noten

In het begin van een muziekstuk staan meestal aanduidingen hoe snel de stukken gespeeld moeten worden. Soms in de vorm van Figuur 14 soms in de vorm van teksten als Allegro (snel) of Largo (langzaam). Om het juiste tempo te bepalen kun je het beste gebruik maken van een metronoom. Dit is tevens een erg goed hulpmiddel om maatvast te blijven.

Figuur 14
Figuur 14: Tempoaanduiding

Figuur 14 geeft aan dat er 100 tellen in een minuut zitten en dat een kwart noot overeenkomt met één tel. Nu loop ik op de zaken vooruit want wat is een 'kwart noot'. Hiervoor moet je Figuur 15 bestuderen:

Figuur 15
Figuur 15: Tijdsduur van noten.

De eerste noot heet een hele noot (1/1); daarop volgen achtereenvolgens de halve noot (1/2) de kwart noot (1/4) de achtste noot (1/8) de zestiende (1/16) en de tweeëndertigste noot (1/32) en ja er bestaat zelfs een vierenzestigste noot (met vier vlaggen maar knappe gozer die dat nog kan tellen!). De meeste bladmuziek beperkt zich van de hele noot tot de zestiende noot en kortere noten zijn dan vaak versieringen (bv. legato's of voor de niet klassiekers 'pull offs' & 'hammer ons').

Je ziet nu dat de noot in Figuur 14 de vorm heeft van een kwart noot dus nu is duidelijk dat dit Figuur aangeeft dat er 100 kwart noten (want één tel is dus een kwart noot) in een minuut gaan. In dit geval duurt een hele noot (1/1) dus 4 tellen want (even quasi wiskundig) 1/1 gedeeld door (1/4) = 4. Een achtste noot duurt dus een halve tel (nogmaals 'wiskundig gezien': 1/8 gedeeld door 1/4 = 1/2).

Nu zijn er ook noten die 3 tellen duren en dat wordt nu even een probleem want daar hebben we nog geen figuur voor. Dat hebben ze in de muziek opgelost door een punt achter de noot te zetten (letterlijk). De punt achter de noot in Figuur 16 geeft aan dat de tijdsduur van de noot met de helft van zijn lenge moet worden verlengd. Dus 1/2 wordt 1/2 + 1/2 gedeeld door 2 = 3/4 oftewel 3 kwart noten dus 3 tellen.

Figuur 16
Figuur 16: Een 3/4 noot

Je kunt dit principe ook toepassen op de overige tijdsduren bijvoorbeeld op de achtste noot. Een achtste noot plus de helft van zijn eigen lengte (1/8 (=2/16) gedeeld door 2 = 1/16) wordt dus 2/16+1/16 = 3/16. Genoeg theorie voor vandaag want hoe tel je ooit een 3/16 noot?

Daar zijn een aantal hulpjes voor namelijk tellen als in de volgende Figuren (De blauwe tellen noem je hardop, de rest tel je stil verder):

De hele noot tel je gewoon als vier tellen waarbij op de eerste tel de noot gespeeld wordt.

Figuur 17

De halve noot komt in dit geval op de eerste en de derde tel.

Figuur 18

De kwart noot wordt op elke tel gespeeld.

Figuur 19

De achtste noot wordt geteld als één - ne, twee - je, drie - je, vier - e. Let wel: De tijdsduur van 'een ne' is één tel dus de achtste noten gaan twee maal zo snel als de kwart noten!

Figuur 20

Houden we over de zestiende die geteld wordt als één - ne - me - te, twee - je - me - te, drie - je -  me - te, vier - e - me - te.

Figuur 21

Laten we eens een paar voorbeelden nemen. Te beginnen met een eenvoudige voorbeeld:

Niet vergeten: op de 'blauwe tellen' wordt een noot gespeeld de zwarte tellen worden niet gespeeld maar de aangeslagen noot wordt aangehouden. Merk op dat de vlaggen van twee achtste noten na elkaar met elkaar verbonden kunnen worden.

Een lastiger voorbeeld:

Figuur 23

Er is hier iets nieuws geïntroduceerd. De verbindingslijn tussen twee en drie geeft aan de de noot onder de drie nog bij 'twee' hoort oftewel de noot van 'twee' heeft een tijdsduur van anderhalve tel (een kwartnoot + een achtste). Zie ook hier dat de vlaggen van twee zestiende noten met elkaar verbonden zijn.

Let wel; de voorbeelden gaan erg snel door de materie en je zult veel moeten oefenen om hier vaardigheid in te krijgen. Ik raad je aan om een lesboek te kopen waarin de moeilijkheidsgraad van het notenlezen langzaam wordt opgevoerd. Elke dag even oefenen werkt het best.

Nu wil een componist ook wel eens dat er eventjes geen noten worden gespeeld. Dit wordt aangegeven met rusten.

De tijdsduur van rusten:

Een hangende balk op de vierde horizontale lijn van onder is een hele rust. Uitgaande van de voorgaande voorbeelden, vier tellen niets doen dus.

Een liggende balk op de derde horizontale lijn van onder is een halve rust. Je ziet hieronder dus een halve rust (twee tellen niets) gevolg door een halve noot (aanslaan en twee tellen laten klinken)

Figuur 25

De kwart rust is het volgende mooie teken:

Figuur 26

Het voorgaande voorbeeld speel je als één tel rust, een noot op de tweede en derde tel en de vierde tel weer een tel rust (de C klint dus niet door!)

De achtste rusten en de zestiende rusten volgen weer de analogie van de noten. Eén vlag is een achtste rust en elke extra vlag is de helft van de voorgaande (twee vlaggen is dus 1/8 gedeeld door 2 = 1/16 rust).

Figuur 27

Het voorgaande speel je als: een noot van een halve tel, halve tel rust, halve noot, halve rust, zestiende noot, zestiende rust (en dat nog drie keer) of geteld: één - ne  twee - je  drie - je - me - te  vier - e - me - te (blauw is noot, zwart een rust).

Je hebt nu ontzettend veel informatie te verteren gehad en met een paar kleine opmerkingen wil deze introductie afsluiten.

Nog wat leestekens:

Tot slot nog wat belangrijke leestekens die je vaak tegen zult komen:

Figuur 28

Het herstellingsteken maakt mollen en kruizen die voor de noot staan ongedaan. De vorige Figuur lees je dus als C, C#, C, C.

Figuur 29\

Het crescendo teken (<) geeft aan dat de muziek over die noten aanzwelt naar een hoger volume. Bij het diminuendo (>) teken neemt het volume af.

Figuur 30

Een kort '>'  teken boven een noot geeft aan dat de noot beaccentueerd moet worden omdat deze belangrijk is voor het muziekstuk. De punt boven een noot geeft aan dat de noot staccato gespeeld moet worden. Dit houdt in dat de noot na het klinken meteen 'uit moet doven' oftewel op de gitaar meteen de snaar dempen.

Nawoord

Er is nog meer te leren.. veel meer (triolen, tempo's als 5/8, twaalftoonsmuziek, versiertekens, positiespel voorbij de eerste positie etc. etc.) maar de voorgaande stof is zeker genoeg om een half jaar te oefenen. Je kunt in principe je eigen oefeningen verzinnen en zelfs op bladmuziek oefeningen uit gaan schrijven maar ik raad je aan een eenvoudig lesboek te kopen (bij voorkeur specifiek voor gitaar) waarin het notenlezen geoefend wordt aan de hand van veel... heel veel oefeningen. Laat je niet demotiveren door de saaie oefeningen, ze worden met de tijd interessanter en wat is er nu mooier dan alle muziek die je ooit wilde spelen te kunnen lezen op bladmuziek? Als je dat kunt en de technische speelvaardigheden hebt en -heel belangrijk- de noten kunt vertalen in muziek met emotie (want dat kan de componist maar heel weinig sturen) dan ben je weer een stap verder in het oneindige leerproces dat gitaar spelen heet!

Deze les is ooit geschreven voor gitaarnet waar je meer informatie en een forum over gitaarspelen kunt vinden.